sport·dag de; m -en (ond) jaarlijkse dag waarop leerlingen sportieve tests moeten afleggen.
Eens per jaar is het zo ver: de dag waarop je een dag lang alleen maar lichamelijke inspanningen moet verrichten. Van voetbal tot hockey, van softbal tot turnen, en van zwemmen tot hardlopen. Zo’n dag is voor mij niet bepaald een dag waar ik dol op ben. Maar waarom? Dat zal ik je eens haarfijn uitleggen.
1. Leraren
Niets is zo irritant als leraren die lekker langs de zijlijn staan toe te kijken hoe jij je inspant. Natuurlijk verdienen die leraren dat op zijn tijd, zul je misschien wel zeggen, ze moeten nou eenmaal de pubers van tegenwoordig lesgeven. Maar ho eens even – WIJ zijn toch echt degenen die al die saaie lesuren doorstaan.
2. Het weer
Er is altijd wel iets wat niet goed is aan het weer. Misschien ligt het aan wij Nederlanders, misschien om het feit dat de meeste scholen de sportdagen precíes op een dag laten vallen wanneer het rot weer eens. Want hallo, zou die wind niet eens weg kunnen gaan? Zou die regen even iets minder kunnen of zou het teveel van het goede zijn om even (al was het maar héél even) het zonnetje te laten schijnen?
3. De inspanning
Een beetje lichamelijke inspanning op zijn tijd is goed voor ons allemaal. Maar urenlang rennen en zweten totdat je er bij neervalt is naar mijn mening ook niet bepaald gezond. Nu denk je misschien dat je lekker rustig aan kan doen (want ze kunnen het vast wel zonder je), maar ik verzeker je: je verandert snel van gedachten wanneer leraren een bijzonder boze blik op je werpen: “wil je soms een onvoldoende?”
4. De kritiek
“OVERSPELEN DIE BAL!”
“Holy crap wat ben JIJ stom.”
“Laat hem nou niet doorgaaan!!”
Omdat er altijd van die enorm fanatieke leerlingen tussen zitten zul je dit soort opmerkingen geregeld horen op een Sportdag. Een keertje is natuurlijk niet erg, ik ga niet dood van een beetje kritiek. Maar hoor eens: ik kan er ook niks aan doen dat JIJ niet tegen je verlies kan.
Ik ben eruit: meestal zijn sportdagen niet zo aan mij besteed. Behalve die van gister, want ondanks dat mijn team alles verloor met voetballen, heb ik wel buiten gezwommen en konden we tussendoor van het heerlijke weer genieten.
Ohja, het leukste van allemaal: ik kwam onder het hardlopen uit.